Het ontwormen en vaccineren van jonge paarden

Ontwormen van veulens en jonge paarden

Er zijn een aantal verschillen in de ontwormingsstrategie van volwassen paarden en veulens/jonge paarden. Bij volwassen paarden ontwormen we zoveel mogelijk op basis van mestonderzoek. Mestonderzoek is bij deze groep paarden in het voorjaar en de zomer een betrouwbare methode om je ontworming op af te stellen. Zo zorgen we ervoor dat we deze paarden niet onnodig ontwormen en resistentie tegen ontwormingsmiddelen minder snel optreedt.

Bij paarden tot 3 jaar is mestonderzoek minder betrouwbaar. Ook hebben deze paarden zelf nog weinig weerstand opgebouwd tegen de verschillende soorten wormen. Daarom is het verstandig deze paarden volgens een vast schema te ontwormen. Daarbij komt ook dat paarden tot 3 jaar nog gevoelig zijn voor spoelworminfecties. Dit zien we bij volwassen paarden zelden.

Spoelworminfecties kunnen zorgen voor een verminderde groei, slechte algemene conditie en zijn bij erge infectie zelfs levensbedreigend. Spoelwormen zijn echter resistent tegen de middelen die we gebruiken tegen rode bloemworm: ivermectine  en moxidectine. Pyrantel en fenbendazole zijn wel werkzaam tegen spoelworm. Spoelworminfecties kunnen vanaf ongeveer 3 maanden leeftijd optreden, vanaf deze leeftijd is het dus belangrijk om naast ivermectine/moxidectine ook pyrantel of fenbendazole te gebruiken in het ontwormingsschema.

LET OP! Veulens onder de 4 maanden mogen niet ontwormd worden met moxidectine en veulens onder de 6 maanden niet met moxidectine+praziquantel.

Voor het ontwormen van veulens kunt u het volgende schema aanhouden:

  • (op 1-2 weken leeftijd: ivermectine; deze ontworming is niet nodig als de merrie op de dag van het veulenen ontwormd is met ivermectine)
  • op 2 maanden leeftijd: ivermectine
  • op 3 maanden leeftijd: fenbendazole of pyrantel
  • op 5 maanden leeftijd: fenbendazole of pyrantel
  • op 6 maanden leeftijd: ivermectine 


Paarden 1 t/m 3 jaar kunnen via onderstaand schema ontwormd worden:

  • 4 keer per jaar ontwormen met ivermectine of moxidectine, waarvan in het najaar icm praziquantel
  • 1 jaar per jaar ontwormen met fenbendazole of pyrantel

Influenza vaccinatie

In de praktijk zien wij dat veel paarden hun eerste herhalingsvaccinatie pas een jaar na een tweevoudige basisvaccinatie krijgen. Paarden vertonen echter zo’n 4 – 6 maanden na de 2e vaccinatie een dip in hun afweer. De antistoffen na 2 basisvaccinaties zijn weliswaar hoog, maar kortdurend. Het paard is in die periode weer gevoelig voor infectie en kan, wanneer het in aanraking komt met levend influenzavirus, flink ziek worden en veel virus verspreiden naar andere paarden.

Wanneer een merrie goed gevaccineerd is krijgt het veulen antistoffen mee vanuit de biest van de moeder. Nadat het veulen gespeend wordt op 5/6 maanden leeftijd is het raadzaam om de basisvaccinatie te geven, omdat de antistoffen die de merrie heeft meegegeven dan gaan dalen. De tweede vaccinatie kan tussen de 21-92 dagen na de basisvaccinatie herhaald worden. 


3 x vaccineren = optimaal beschermen

Door de derde vaccinatie 5 – 6 maanden na de basisvaccinatie te geven, in de praktijk ongeveer voordat de paarden weer naar buiten gaan, wordt deze dip opgevangen.

Deze drievoudige basisvaccinatie zorgt voor de aanmaak van een grote hoeveelheid specifieke antistoffen, die ook langer aanwezig blijven. Het paard kan vervolgens de jaarlijkse herhalingsvaccinatie krijgen.

Deel deze pagina: Facebooktwitterlinkedinmail